De Verdraagzame Koe (Al-Baqarah)
(Soera Al-Baqarah roept op tot barmhartigheid, geduld en het oplossen van conflicten)
163. En uw God is een God, er is geen God buiten Hem, de Barmhartige, de Genadevolle.
177. Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen
184. Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten) maar wie onder u ziek is, of op reis, vaste een aantal andere dagen - er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten - het voeden van een arme.
185 Allah wenst gemak voor u en geen ongemak
Vecht om jezelf te verdedigen...
192. Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol.
248. En hun profeet zeide tot hen: "Het teken van goede heerschappij is, dat u een hart zal worden gegeven, waarin de kalmte van uw Heer zal zijn, het beste van de nalatenschap der volgelingen van Mozes en der volgelingen van Aaron, (een hart) door de engelen gebracht. Voorzeker, hierin is voor u een teken, als gij gelovigen zijt."
253. Van de boodschappers hebben wij sommigen boven anderen verheven; tot sommigen hunner sprak Allah en sommigen hunner verhief Hij in rang. En Wij gaven Jezus, zoon van Maria duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid.
256. Er is geen dwang in de godsdienst.
263. Een vriendelijk woord en vergiffenis schenken is beter, dan liefdadigheid, gevolgd door krenking. En Allah is Zichzelf genoeg, Verdraagzaam.
268. Satan dreigt u met armoede en gelast u hetgeen slecht is, terwijl Allah uit Zichzelf u vergiffenis en overvloed belooft; en Allah is Overvloedig-gevend, Alwetend.
276. Allah schaft (woeker)rente af en doet de weldadigheid toenemen
286. Allah belast geen ziel boven haar vermogen.
"Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan, Heer, en belast ons niet, zoals Gij degenen, die voor ons waren hebt belast; onze Heer belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen)..."
Kies voor genadevolle, barmhartige tekstuitleggers!
Commentaar WD 2002
De fout die moslims maken is dat ze een barmhartige God aanbidden, maar niet de moed hebben genadeloze tekstuitleggers, die alleen maar de genadeloze kant van de Islam benadrukken, af te wijzen.
Zij vergeten dat de genadeloze kant van de Islam in dienst behoort te staan van de barmhartigheid en de genade en er op is gericht harteloze mensen, die er op uit zijn hun broeders uit te buiten en onrecht aan te doen tot de orde te roepen.
Genadeloosheid mag nooit het doel zijn van mensen die hun leven aan een barmhartige vergevensgezinde God wijden. Wanneer zij de genadeloosheid prediken zijn zij vijanden van hun eigen God.
Zoals uit bovenstaande citaten blijkt (tekstgedeelten die gelicht zijn uit een hoofdstuk dat de naam 'De Koe' draagt - een eeuwenoud symbool dat verwijst naar het astrologische dierenriemteken Stier, het teken van vruchtbaarheid, bezit en genot), benadrukt Mohammed niet de fundamentalistische interpretatie van de wet, maar de zachtmoedige, begripvolle uitleg van de wet.
Kernpunt daarbij is dat je mensen nooit lasten mag opleggen die ze niet kunnen dragen.
Fundamentalisten hebben altijd de neiging mensen een moraal op te leggen, waarmee domweg niet geleefd kan worden. Daarom is heel hun handelen in strijd met de geest die wordt uitgedragen in het Koran-hoofdstuk 'De Koe'.
In dat hoofdstuk worden voorschriften gegeven, maar tegelijkertijd wordt gesteld dat je van die voorschriften geen halszaak moet maken.
Wanneer iets niet mogelijk is, dan biedt je een alternatief aan. Waar het om gaat is dat mensen hun goede wil tonen. Op welke wijze dat gebeurt is niet belangrijk.
Ook allerlei religieuze voorschriften worden gerelativeerd. Het is niet belangrijk of je jezelf naar het Oosten wendt of het Westen, waar het om gaat is God te eren. De wijze waarop dat gebeurt wordt niet als een onaantastbare wet aan de gelovigen gegeven.
Wat verder duidelijk wordt gemaakt is dat al diegenen die het Boek (het oude testament en het nieuwe testament) serieus nemen tot de gelovigen moeten worden gerekend (het nieuwe testament, het boek van Jezus, wordt daarbij op de eerste plaats gezet).
Ongelovigen zijn diegenen die de mensen niet willen zien als schepselen die door een enkele God geschapen zijn. Die God is de schepper van alle mensen en alle mensen zijn broeders van elkaar wanneer zij afstand doen van beperkte, aan kleinmenselijke eigenschappen gebonden deelgoden die de menselijke broederschapidee geweld aan doen.
Fundamentalisten proberen 'de ene god' te koppelen aan hun eigen kleinmenselijke constructies, om vervolgens al diegenen die de wereld wat groter en ruimer willen maken tot ongelovigen uit te roepen. Dat is een daad die in strijd is met al die uitspraken die wijzen op de noodzaak van verdraagzaamheid en begrip.
Het centrale idee in het hoofdstuk 'De Koe' is het uitbannen van een mentaliteit die mensen tegen andere mensen opzet. Daarom wordt tegenover het veelgodendom, dat mensen verdeelt, de Ene Verdraagzame God geplaatst, die mensen bij elkaar brengt.