Is Sharon Onze Führer?
Commentaar WD 2002
Een uiterst opmerkelijk gegeven dat zich de laatste tijd in de media openbaart is de mateloze angst van zich links noemende politici en opinievormers voor extreemrechtse machthebbers. Als gevolg daarvan wordt machtsmisbruik niet meer aangevallen, maar gaan zich 'links' noemende moralisten op zoek naar kleine, relatief onbelangrijke ('rechts' genoemde) slachtoffers, die achtervolgd worden met een fanatisme dat ronduit absurd is
Een van de mensen die zich verbaast over het gebrek aan ruggengraat van liberale en socialistische politici in Europa is de Israëliër Menachem Klein, momenteel als gasthoogleraar Midden-Oostenstudies verbonden aan de universiteit van Oxford (VK, 23-1-2002).
In een gesprek met Henk Müller vraagt hij zich af waarom Europa niet ingrijpt:
Waarom, zo stelt hij, laat Europa toe dat Israël de Palestijnse infrastructuur kapot maakt, die met Europees geld is opgebouwd? Waarom bewandelen de Europese landen geen informele paden om de onderhandelingen vlot te trekken? Destijds leidde dat tot de Oslo-akkoorden. De officiële Amerikaanse plannen, zoals het plan Mitchell: allemaal bullshit.
Klein is de mening toegedaan dat Europa juist op een moment, waarop Israël geen tegenspel krijgt van Amerika, de morele plicht heeft corrigerend op te treden, een opvatting die ik als anarchistisch schrijver van harte onderschrijf.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een werelddeel dat zozeer onder het fascisme heeft geleden zich zo passief opstelt wanneer een land waarmee men nauwe betrekkingen onderhoudt zich ontpopt als een ronduit fascistische natie, die zich op een keiharde, onverzettelijke wijze weigert te onderwerpen aan de regels van de internationale rechtsorde?
Natuurlijk we hebben jarenlang Israël het idee gegeven dat het onaantastbaar is en dat het mag doen wat het wil. Israël is het verwende jongetje van de klas dat zo verwend is dat het elk gevoel voor realiteitszin verloren heeft.
Nu zitten we opgescheept met een strontverwend kind en nu weigeren we in te zien dat strontverwende kinderen altijd en eeuwig dictators zijn, waarmee niets te beginnen valt.
Zelfs in de meest onbenullige, vooroorlogse opvoedingsboekjes kun je leren dat je kinderen niet moet verwennen, omdat blinde verwennerij het karakter misvormt.
Met veel moeite kunnen verwende kinderen later nog bijgestuurd worden, maar met Israël is het anders gesteld, omdat Israël een verwend kind is dat we niet alleen koekjes en snoep gegeven hebben, maar ook, tanks, vliegtuigen en zelfs atoombommen.
En dan maar met de moralistische vinger naar slechte anderen wijzen...
Menachim Klein wijst op de absurde situatie die we gecreëerd hebben. Als ex-adviseur van de minister van buitenlandse zaken in de regering Barak blikt hij terug op de fameuze Camp-David-onderhandelingen, die volgens veel Israëliërs de Palestijnen de kans hebben geboden op het sluiten van de ideale deal.
Hij wijst er op dat die onderhandelingen niet een gesprek waren tussen gelijkwaardige partners (uiterst essentieel, omdat Arabieren alleen in een situatie van gelijkwaardigheid tevreden kunnen worden gesteld) en dat er eerder sprake was van een dictaat dat Brak wilde opleggen aan de Palestijnen. 'Slikken of stikken' dus - op z'n Hollands gezegd.
Het dictaat van Barak is nu vervangen door de dwingende staatsmacht van Sharon, maar een wezenlijk verschil is er natuurlijk niet.
Voortdurend handelt de regering van Israël vanuit de opstelling dat zij boven alles en iedereen staat, dat zij zich van niemand iets hoeft aan te trekken, dat de Europese landen loopjongens zijn en dat het de taak van Amerika is zijn gevechtspotentieel in dienst te stellen van Israël.
Het enige verschil tussen Barak en Sharon is dat Barak in ieder geval wilde onderhandelen, stelt Menachem Klein, maar hij vergeet daarbij te vermelden dat de Israëliërs al tien jaar onderhandelen met de Palestijnen zonder dat er ooit sprake is geweest van een wezenlijke doorbraak. Altijd was er de noodzaak de Palestijnen in de positie van ondergeschikte te manoeuvreren. Arafat mag wel president zijn, maar alleen als zetbaas van Israël.
Zo behandelt Israël niet alleen de Palestijnen, maar zo behandelt Israël de gehele wereld. Allemaal moeten we bedienden zijn van Israël - zelfs toen onze Koningin Israël bezocht werd ze gedwongen een schuldverklaring af te leggen, om aan te tonen dat zij toch maar een heel klein onbeduidend (en natuurlijk zeer zondig) mensje is, dat eigenlijk niet het recht heeft zich binnen de grenzen van Israël 'koninklijk' te noemen.
Ook Menachim Klein begint dat langzaam maar zeker in te zien. Zo vraagt hij zich af waarom Kok en Blair, die tijdens de Afghanistan-crisis zo hartstochtelijk pleitten voor een levensvatbare Palestijnse staat nu helemaal niets van zich laten horen.
Die vraag kan alleen maar beantwoord worden wanneer we gaan inzien dat Israël meer macht bezit dan we met z'n allen ooit hebben durven aannemen.
Als Israël geen macht zou bezitten, dan zou Ariel Sharon naast Slobodan Milosewic op de beklaagdenbank zitten.
Maar hij zit daar niet. En Daar gaat het om!
Dat betekent dat Sharon machtig is. Alleen machthebbers kunnen zich onttrekken aan de sterke arm van de justitie. Daarom werd in het Amerika van de jaren dertig zo'n immense jacht genaakt op de maffia, omdat de maffia via het omkopen van politici het gehele Amerikaanse staatsapparaat onder zijn controle probeerde te brengen.
De instelling van de huidige regering van Israël vertoont maffiose trekjes. Natuurlijk: men heeft te maken met aanslagen die burgers het leven kosten, maar die aanslagen worden voor een groot deel uitgelokt, terwijl het bovendien zo is dat de burgers die worden aangevallen niet onschuldig zijn, zoals men suggereert, maar extreem schuldig, omdat ze allemaal als een man achter het illegale beleid van de extreemrechtse regering Sharon staan.
Burgers zijn onschuldig wanneer ze door een dictator naar de waanzin geleid worden, zoals dat het geval was in Hitler-Duitsland, waar een dictator op een doelbewuste wijze het volk heeft misleid.
Israël echter heeft Sharon juist vanwege zijn harde, onverzoenlijke opstelling gekozen en moedigt hem zelfs aan zich nog harder op te stellen - ook al proberen moedige eenlingen het volk duidelijk te maken dat men een verkeerde weg is ingeslagen.
Zij, de moedige enkelingen, die een intelligente moraal boven de verdommende moraal van de macht wensen te plaatsen, vormen een zeker tegenwicht, maar zij staan met lege handen tegenover de onderdrukker, omdat in het buitenland niemand hen steunt.
Daarom kunnen we alleen maar een paar armzalige antigeluiden registreren en luisteren naar mensen die in ieder geval laten zien dat ze proberen eerlijk en oprecht te zijn.
Menachim Klein wijst er op dat Sharon een fascist is die macht boven mensen plaatst. Dat doet hij niet op directe wijze - zover durft hij niet te gaan - maar wel op een indirecte wijze, door te stellen dat de regering Sharon de controle over het land van de Palestijnen wil hebben, maar niet de controle over de Palestijnse bevolking.
In feite waren de Oslo-akkoorden daar ook op gericht, Klein zal dat moeten toegeven als hij eerlijk is. De Palestijnen werd autonomie geboden in een kleine enclave binnen de eenheidsstaat Israël.
De bedoeling was niet de Palestijnen een eigen staat te geven, maar de Palestijnen uit te sluiten van het Israëlische staatsburgerschap.
Drie miljoen Palestijnen erbij zou het beginsel van de zuivere joodse staat aantasten, en daarom moest noodgedwongen gekozen worden voor die merkwaardige autonomieoplossing.
De moeilijkheid is dat de Palestijnen zich niet bij die vernederende positie neer willen leggen: te min om Israëlisch staatsburger te zijn, en te min om een eigen staat te besturen.
Alle grote democratische Europese leiders kijken intussen zalvend en gekke bekken trekkend toe en ze mompelen wat onverstaanbare goedbedoelde frasen, dat ze tegen de terreur strijden en zo..., maar alles wat ze in feite roepen is:
"Führer, Wir folgen Dir!